Tijdens het huwelijk oefenen de ouders gezamenlijk het gezag over hun kind(eren) uit. Dit houdt in dat beide ouders hun toestemming moeten geven bij beslissingen die betrekking hebben op de verzorging en opvoeding van het kind, zoals bijvoorbeeld de verblijfplaats van het kind, de school, toetreden tot een kerk, lid worden van verenigen, het ondergaan van medische ingrepen etc. Ook na het eindigen van het huwelijk blijft dit gezamenlijk gezag in stand. Slechts onder bijzondere omstandigheden zal de rechter besluiten het gezag bij één van de ouders te leggen. Lukt het niet om in onderling overleg tot een besluit te komen, dan kan aan de rechter worden verzocht de knoop door te hakken.

